*

U kijkt naar de website van NRCBoeken 2007-2011. Bezoek ook de de huidige site.

Ik gaap dus ik wil

Verrukkelijke en alomvattende studie naar de geeuw

Kaakgesper, uitzicht op tong, kiezen, vullingen en amandelen – voor Wolter Seuntjens is de studie naar de gaap, de chasmologie, een zelfstandige tak van wetenschap. Een boek vol meeslepende kennis is het resultaat.

Wolter Seuntjens: Gaap! De ontdekking van de geeuw De Boekenmakers, 256 blz. €18,95.

Op het brede terrein der kunsten en wetenschappen is in de afgelopen twintig eeuwen heel wat afgegeeuwd. Aan het gapen en geeuwen zelf is merkwaardigerwijs heel weinig wetenschappelijke aandacht besteed. Misschien wel omdat het de gewoonste zaak van de wereld is. Iedereen doet het, iedereen meent te weten waarom (verveling, slaap, behoefte aan extra zuurstof, honger), dus hoezo? De zoöloog Desmond Morris vond het gapen desondanks ‘een van de merkwaardigste acties van onze mond’, de etholoog Eibl-Eibesfeldt achtte het ‘raadselachtig’. Het was echter pas de psycholoog/historicus Wolter Seuntjens (1961) die er een intellectuele uitdaging in zag. Hij problematiseerde het algehele verschijnsel van het gapen en geeuwen dusdanig, dat men het intussen rustig een zelfstandige tak van wetenschap mag noemen – de chasmologie.

Seuntjens promoveerde in 2004 op On Yawning, or The Hidden Sexuality of the Human Yawn. Fascinerend boek, briljant, maar zwaar. Nu ontsloot Seuntjens de chasmologie godlof óók voor de gewone gaper. En hoe. Zijn Gaap! De ontdekking van de geeuw is een verrukkelijk boek. De auteur laat in deze populaire editie het stijve masker van de wetenschap vallen, en gedraagt zich als een echte wetenschapper – de prototypische onderzoeker die iets wil weten en zich nergens iets aan gelegen laat liggen. ‘Zoals Baron von Münchhausen zichzelf uit het moeras omhoogtrok’, schrijft Seuntjens, ‘zo moeten wij al voortgaande een beeld vormen van de geeuw.’ Tastend voorwaarts, volgens de essayistische methode. Doctor Seuntjens weet intussen natuurlijk heel goed waar we uit gaan komen, maar hij houdt er met een hink-stap-sprongstrategie de spanning flink in tot we bij het eind zijn: ‘Alles wat de chasmologie met zekerheid kan leren is beperkt. We weten een heleboel niet.’

Nu ontsloot Seuntjes de chasmologie godlof óók voor de gewone gaper.

Op dat moment hebben we bijzonder veel chasmologische kennis en inzicht opgedaan. Seuntjens licht ons in over de herkomst van de woorden ‘gapen’ en ‘geeuwen’, wat een prachtig intertalig rijtje oplevert. Van het oud-Griekse chasmè (gapen), via chasma (open mond, geeuwende ruimte) en chaskoo (geeuwen) naar chaos. De chaos in de oud-Noorse Edda heet Ginnungagap, en daarmee zijn we bij ons modern- Nederlandse gapen. Zo ongeveer. In Gaap! lezen we verder over de etiquette rond het gapen – geen kaakgesper in gezelschap! Waarom eigenlijk niet? De geest kan je ontglippen, andersom kan de duivel naar binnen. De Britse premier Chamberlain blijkt voortdurend te hebben gegaapt tijdens beruchte onderhandelingen te München in 1938. De nazi-duivel moet de deur open hebben zien staan, Chamberlain geloofde werkelijk dat hij de vrede had uitonderhandeld.

Oester

Gaap! biedt ook meeslepende informatie over geeuwende dieren. De oester, mossel en strandgaper mogen dan gapen, maar geeuwen niet, daarvoor moeten we naar de gewervelde dieren. Vissen geeuwen, vogels, honden (volgens Maarten ‘t Hart de gaapkoningen van het dierenrijk), katten, alleen de giraffe lijkt onder de zoogdieren weer de enige die een geeuw kan onderdrukken.

Een mooi voorbeeld van de werkwijze van Wolter Seuntjens biedt het hoofdstuk waarin het gapen wordt verbonden met vermoeidheid of slaperigheid. Hij haalt een citaat aan, waarin een gastheer gaapt omdat zijn avondbezoek maar niet vertrekt. Als dat eindelijk toch gebeurt, stopt het gapen onmiddellijk. Er is dus geen sprake van vermoeidheidsgapen of slaapgeeuwen, zegt Seuntjens, het lijkt er eerder op dat men gaapt omdat men niet kan doen wat men wil. Onmiddellijk echter schieten tegenvoorbeelden te voorschijn. Wat nu? Wolter Seuntjens redt er zich uit met een wel zéér passend gaapcitaat uit Alice in Wonderland: ‘Als we eens van onderwerp veranderden, onderbrak de Maartse Haas geeuwend. Ik word hier moe van.’ En onze chasmoloog schakelt over op punt zoveel: geeuwen als gevolg van stress.

Uit alle mogelijke literatuur heeft Wolter Seuntjens een verbijsterend aantal gaap-citaten opgedoken. Het Alice-citaat liet het al zien, en op tal van andere plaatsen in Gaap! werkt de chasmoloog even speels met aanhalingen. Een lijst van 16 geeuwomstandigheden sluit hij bij voorbeeld af met een Virginia Woolf-citaat: ‘En zover gekomen – want zulks is de uitwerking die een dergelijke lijst op ons heeft – beginnen wij te gapen.’

Wie zich afvraagt met wat voor wetenschapper we hier te maken hebben, Seuntjens vertelt het zelf in het kapittel ‘Hoe pakken we de chasmologie aan?’

Er gaapt een vrouw, er niest een man, in seksuele samenhang

Chasmologie als de nog jonge wetenschap van de geeuw heeft behoefte aan speelruimte en het is verstandig deze niet te zeer in te perken door vooropgezette regels, geboden en verboden. De term ‘speelruimte’ is bewust gekozen. Zoals Johan Huizinga de mens als wezenlijk spelend beschouwde, zo speelt de chasmoloog in de hof der wetenschap.

Verveling

Is dit nog wel serieus? Zeker. Het is nauwelijks mogelijk dit spel met grotere ernst te spelen dan Seuntjens doet, hij is duidelijk een man met een missie. De grootste ontdekking van Seuntjens’ chasmologische verkenningen is wat mij betreft de seksuele kant van het geeuwen. Vaak zien we gapende echtelieden afgebeeld als symbool van de verveling in een uitgewoond huwelijk. Seuntjens zet hier vraagtekens bij, in de vorm van een opnieuw welgekozen Stendhal-citaat: ‘Wat betekent een liefde waarvan men moet gapen?’ Verveling lijkt toch minder in Frage. Naast het wijdverbreide misverstand omtrent verveling, blijkt er al een eeuwenoud vermoeden te bestaan dat mensen gapen in het bijzijn van iemand die hen seksueel aantrekt. Seuntjens noemt het voorbeeld van een Fins volksverhaal over een man die zijn vrouw in het bos wil opknopen, omdat ze in de kerk tegelijk met een andere man heeft gegaapt.

Al voortgaande probeert Wolter Seuntjens zich een beeld te vormen van de geeuw, tastend voorwaarts. Hij maakt opnieuw een interessante omweg, voor hij uiteindelijk toch uitkomt bij de erotische lading van de gaap. De eerste stap is van geeuwen naar zuchten (via Thomas Hardy: ‘Misschien is dat waar, zei Winterborne, opstaand en een zucht geeuwend’). Stap twee gaat over het niesen. Ik ga het Mulisch-citaat dat Seuntjens hierbij aanhaalt niet overschrijven, maar er gaapt een vrouw, er niest een man, en ’t gebeurt in seksuele samenhang. Stap drie: de open mond. En dan is Seuntjens met stap vier waar hij wezen wil – bij de zogenaamde X-posture, waarbij men de handen onder het hoofd vouwt, en de ellebogen naar buiten buigt. Er vindt okselpresentatie plaats, zegt hij, er is sprake van uitrekken, net als bij de geeuw.

Sluitsteen in de redenering vormt een observatie van de Franse vrouwenarts Muhlrad uit 1952: ‘Als een vrouwenarts een patiënte nadert voor inwendig vaginaal onderzoek, heft de vrouw die zich in de gynaecologische positie bevindt automatisch de armen en plaatst deze achter haar hoofd.’ Posture X, zegt Wolter Seuntjens, is dus feitelijk het door het bovenlichaam uitgevoerde equivalent van gespreide benen. Ergo: gapen en seks hebben alles met elkaar te maken. Dan kunnen we afronden, en begint het hoofdstuk ‘Eindspel’ met weer zo’n ironisch citaat: ‘Het klopt allemaal precies, zei hij bedaard, aanminnig genietend van de onderliggende harmonie van een wereld waarin mattere geesten slechts chaos zagen.’

Gaap! is een klein wetenschappelijk meesterwerk van een homo ludens, heerlijk om te lezen.

Recensies op papier

Boekenbijlage NRC HandelsbladDeze website publiceert elke vrijdag een selectie uit het katern Boeken, dat die dag bij NRC Handelsblad verschijnt. Wilt u alle recensies, interviews, columns en reportages ontvangen, neem dan een zesdaags abonnement of een weekendabonnement op NRC Handelsblad.