*

U kijkt naar de website van NRCBoeken 2007-2011. Bezoek ook de de huidige site.

Iedereen blijft redelijk

Erasmus schreef brieven zonder intieme kletspraat

`Hij heeft zijn werk gedaan en zal niet weer tot de wereld gaan spreken', schreef Johan Huizinga in zijn Erasmus-biografie, die onlangs voor de tiende keer (nu met vele prachtige illustraties) is herdrukt. Daar zit iets in. Erasmus' invloed is in onze beschaving overal aanwezig en daarom ook een beetje nergens. Wij zijn tegenwoordig Erasmianen en wat je bent, hoef je niet meer te lezen. Van Erasmus' oeverloze oeuvre vond Huizinga alleen de Lof der Zotheid (en `wellicht' de Colloquia) nog in staat lezers te trekken `om zijns zelfs wil'. De rest was geschiedenis geworden. Om te achterhalen of hij gelijk had, zit er niettemin maar één ding op, en dat is Erasmus toch zelf te gaan lezen.

Erasmus: Een portret in brieven. Vertaald en bezorgd door Jan Papy, Marc van der Poel en Dirk Sacré. Boom/Denis, 280 blz. ƒ55,–Johan Huizinga: Erasmus. Ad. Donker, 263 blz. ƒ69,97Deel II van Erasmus' `Gesprekken' verschijnt in het voorjaar van 2003. Binnenkort komen nog uit `Etiquette' van Erasmus (22/11) en `Lieve Erasmus' van Barber van der Pol (25/1/02). In april brengt uitgeverij Ad. Donker de correspondentie tussen Erasmus en Paus Adrianus VI uit.

Zijn correspondentie bijvoorbeeld, waarvan nu een kleine selectie is vertaald onder de titel Erasmus. Een portret in brieven, vakkundig ingeleid, voorzien van noten, chronologie en register. Een voorbeeldige uitgave, op enkele vreemde, Vlaams aandoende zinswendingen na, afkomstig van de deels Leuvense vertalers. Maar omdat Erasmus zelf ook een tijdlang in Leuven woonde, zal ik daar niet over zeuren. Wie weet hoe híj in het Nederlands had geklonken.

Erasmus moet een gedreven briefschrijver zijn geweest. Meer dan 1.500 brieven verzond hij aan de meest uiteenlopende correspondenten, die overal in Europa woonden. Koningen, koninginnen, pausen en andere geestelijke hoogwaardigheidsbekleders, mede-humanisten en vrienden, allemaal kregen ze van tijd tot tijd post van de `Rotterdammer'. Iemand kon in zijn tijd beroemd worden, zij het in bescheidener kring, als `correspondent van Erasmus'. Dat tekent het publieke karakter van zijn correspondentie, geschreven in het Latijn, zodat de grenzen geen barrières hoefden te vormen.

Intieme kletspraat vind je er nauwelijks in, op een enkele vermelding van `jicht' of van een `aanval van niersteen' na. Ook voor smakelijke roddel en achterklap is men bij Erasmus aan het verkeerde adres. Een deel van zijn correspondentie werd al tijdens zijn leven gepubliceerd en daarvoor werd de tekst van mogelijk voor hemzelf of anderen schadelijke confidenties gezuiverd.

Veel werk zal dat niet geweest zijn, want boosaardigheid was niet de meest opvallende eigenschap van deze humanist, die het liefst tussen de boeken zat. In een van zijn brieven schrijft hij: `Mijn thuis is daar waar mijn bibliotheek is.' Omdat hij zijn boeken doorgaans meenam bij zijn frequente verhuizingen (naar Engeland, Frankrijk, Zwitserland, Duitsland), betekende dat in de praktijk: overal in Europa. Erasmus was een typische kosmopoliet, een wereldburger. Dat klinkt modern, maar inleider Jan Papy schrijft terecht dat die wereld wel beperkt bleef tot die van het christendom. Wanneer een bevriende geestelijke wordt benoemd in West-Indië, heet dat meteen `het einde van de wereld'.

Erasmus' kosmopolitisme heeft dan ook een christelijke achtergrond, al stamt het woord uit de Griekse oudheid. Voor Erasmus waren beide twee zijden van dezelfde medaille. Alle wegen leiden bij hem naar Rome, de hoofdstad van de antieke én van de christelijke wereld. Zijn correspondentie bestaat uit de zendbrieven van een humanist, wat dit betreft te vergelijken met de brieven van de apostelen. Bij Erasmus markeren ze tegelijk de grenzen van de Republiek der Letteren, die in zijn correspondentienetwerk voor het eerst haar gezicht laat zien.

Christelijk blijft niettemin de boodschap, zij het niet meer in de scholastische gedaante die daaraan gegeven werd aan de `worstelschool van de Sorbonne'. Erasmus verkondigde de philosophia Christi, een christelijke ethiek vooral, gezuiverd van alle dogmatische scherpslijperij. De filologie was zijn zuiveringsmiddel. Letterlijk, getuige zijn bijbelvertalingen, die aantoonden dat Gods Woord in de loop der tijd nogal wat averij had opgelopen. En ook figuurlijk, omdat pas de studie van de klassieke grammatica de geest louterde en ontvankelijk maakte voor de ware `filosofie van Christus'. Erasmus geloofde in de kracht van het gezonde verstand, maar dat het geloof uiteindelijk daaraan voorbij moest gaan, bewees zijn Lof der Zotheid, waarin de echte godsvrucht óók als een vorm van `zotheid' wordt geprezen.

Zoiets tekent Erasmus' ironie of dubbelzinnigheid, die hem in een lastig parket bracht toen Luther in 1517 zijn 95 stellingen op de kasteelpoort in Wittenberg timmerde. Per brief ontkent Erasmus alle betrokkenheid, hoewel hij het in een aantal opzichten met de grote hervormer eens was. Maar uit de kerk treden veroorzaakte volgens hem meer ellende dan het oploste. Dit standpunt vereiste, naarmate de Reformatie om zich heen greep, een lenigheid van geest, die Erasmus ook in andere kwesties aan de dag blijkt te leggen.

Zo zien we hem in enkele brieven de machtigen der aarde paaien met de verzekering dat zij zijn wijze raad ongetwijfeld niet nodig hebben, omdat ze al zo voortreffelijk zijn. Maar dat verhindert hem niet hun toch de les te lezen, onder het motto dat `goede heersers' kunnen herkennen wat zij doen en `slechte heersers' wat zij zouden moeten doen. In de eerste plaats moesten zij natuurlijk goede christenen zijn, rechtvaardig voor hun onderdanen en niet oorlogszuchtig, al is het ook interessant om te zien dat vorsten die zich met de `handel' inlieten evenmin zijn goedkeuring konden wegdragen.

Het zijn dit soort retorische trucs die de lectuur van Erasmus' correspondentie nog altijd aantrekkelijk maken. Minder geldt dat voor de inhoud. Die klinkt braaf en obligaat, zalvend als een preek, al zou je de huidige kerkgangers graag zo'n welsprekende predikant toewensen. De hysterie van de moderne tv-dominee is bij hem ver te zoeken. Maar ook de klassieke boeteprediker ontbreekt. Uit Erasmus' vermaningen spreekt steeds het vertrouwen in de redelijkheid van zijn publiek, dat hij bijvoorbeeld de antieke geschiedenis voorhoudt (onder meer naar aanleiding van Suetonius' levens van de Romeinse keizers, die hij allerminst ophemelt) als een morele en politieke leerschool.

Overdreven illusies over de goedheid van de machthebbers koesterde hij niet, maar – anders dan zijn tijdgenoot Machiavelli – wenste hij zich daar niet bij neer te leggen. Machiavelli accepteerde de macht als het nec plus ultra van de politiek en verwees de vroomheid naar het privé-domein. Vandaar dat zijn vaak brute uitspraken nog altijd verrassen en zelfs schokken. Erasmus daarentegen bleef politiek en religie als een eenheid zien en verafschuwde elke vorm van geweld. Als pacifist was hij hoogstens bereid de oorlog te accepteren, `wanneer alle andere middelen zijn uitgeput'.

Met de thomistische idee van een `rechtvaardige oorlog' (bijvoorbeeld tegen de Turken, die in 1529 Wenen belegerden) had hij daarom grote problemen. Beter dan met de wapens kon men de Turken bestrijden, vond hij, met `brieven en pamfletten', overstromend van christelijke naastenliefde. Of dat in de huidige `oorlog', niet tegen de Turken maar tegen hun verre achterneefjes, veel effect zou hebben, valt te betwijfelen. Zijn verweer tegen al te makkelijk zwart-wit denken is minder naïef. Dat slaat dan alleen niet zozeer op de Turken als wel op ons zelf. Ook nu zou Erasmus' vasthouden aan de kritische nuance niet door iedereen op prijs worden gesteld.

Huizinga krijgt dus niet helemaal gelijk. Het is waar dat we tegenwoordig in het Westen bijna allemaal, voor zover het normen en waarden betreft, geseculariseerde Erasmianen zijn geworden. Maar Erasmus' correspondentie demonstreert dat dit niets voorstelt, als we ons niet tegelijkertijd de vrijheid permitteren, desnoods tegen de stroom in, om het ook in de praktijk te blijven.

Recensies op papier

Boekenbijlage NRC HandelsbladDeze website publiceert elke vrijdag een selectie uit het katern Boeken, dat die dag bij NRC Handelsblad verschijnt. Wilt u alle recensies, interviews, columns en reportages ontvangen, neem dan een zesdaags abonnement of een weekendabonnement op NRC Handelsblad.