*

U kijkt naar de website van NRCBoeken 2007-2011. Bezoek ook de de huidige site.

Hoezo jeugdsentiment?

Honderd Hollandse singles

Een van de mooiste liedjes van Jacques Brel – en voor mij het mooiste liefdeslied ooit gemaakt – is zijn zwanenzang. Opgenomen in de zomer van 1977, toen Brel nog maar driekwart long had door een voortwoekerende kanker, vertelt `Orly' (van het album Les Marquises) over het afscheid van twee geliefden op het gelijknamige Parijse vliegveld. Blind en doof voor de omgeving, gadegeslagen door de zanger, volvoert het paar een treurige choreografie van uit elkaar gaan en niet uit elkaar kunnen gaan. Als de man zich uiteindelijk losrukt, weten we dat dit een afscheid is voor altijd. `Elle a perdu des hommes/ Mais là elle perd un amour,' zingt Brel. En: `Verdomme wat is het triest, Orly op zondag.'

Vanavond, morgenavond aanvang 20.15 en zondag om 14.00 uur meezingen in de Kleine Komedie, Amstel 56, Amsterdam. Info: 020 6265917.Lichte cultuur

Alsof het onderwerp in de lucht hing, verscheen precies op hetzelfde moment in Nederland Peter Koelewijns lp Het beste in mij is niet goed genoeg voor jou, met daarop de fragiele ballade `KL 204'. Ook hierin werd afscheid op een vliegveld genomen, even definitief (`om terug te gaan gingen wij te ver'), door een ik-figuur die vergeefs zijn tranen probeert te verbijten en zich voorstelt hoe hij (`als ik God was') het liefst het vliegtuig met zijn geliefde uit de lucht zou terugplukken. De desolate sfeer in `KL 204' is vergelijkbaar met die in `Orly', maar toch kunnen de twee composities elkaar niet beïnvloed hebben. Dit zijn wat je zou kunnen noemen `parallelle platen', muzikale soulmates.

Koelewijns weinig gehoorde meesterstukje, dat in februari 1978 niet verder kwam dan een zevende plaats in de tipparade, is een van de juweeltjes die nu rigoureus uit de vergetelheid worden gehaald in Vic van de Reijts Top 100 van Nederlandstalige singles. Het is te vinden op nummer 54 (tussen `Ik heb genoeg van jou' en `De trappelzak-boogie'), geïllustreerd met de hoes van de single en ingeleid met een commentaartje waarin onder meer staat: `Het refrein ``Als ik God was' werd in 1976 door de NCRV weggedraaid.' Alleen een kniesoor let op het foutje in het jaartal, want ernaast is de opvallend subtiele tekst van het nummer integraal afgedrukt – iets wat ook gebeurd is bij alle andere 99 singles die Vic van de Reijt in zijn Top 100 heeft opgenomen. Het enige dat ontbreekt is de muziek, want op de bijgevoegde cd heeft `KL 204' het afgelegd tegen twintig bekendere nummers. Maar geen nood: de uitgever meldt dat tegelijk met het boek bij Quintessence Records een cd-box is verschenen met daarin alle liedjes uit de Top 100; bestelnummer NN 500.701.2.

Vic van de Reijt, muziekfan en uitgever bij Nijgh & Van Ditmar, is een lijstjesfreak en een singlesgek. We kennen het type van High Fidelity, Nick Hornby's roman uit 1992 die nu succesvol verfilmd is met John Cusack in de hoofdrol. Maar anders dan Hornby's hoofdpersoon doet Van de Reijt iets constructiefs met zijn fanatisme: hij stelde bloemlezingen van Nederlandse liedjes samen (Toen wij van Rotterdam vertrokken en Ik ben blij dat ik je niet vergeten ben), organiseert meezingavonden in Amsterdamse gelegenheden, en maakte rond de eeuwwisseling in Het Parool een keuze uit zijn collectie Nederlandstalige singles. Zijn criteria waren streng: de platen moesten uitgebracht zijn als single én in vinylvorm (dus geen `Pauline' van Bram Vermeulen of `Dromen zijn bedrog' van Marco Borsato) en ze moesten zowel in tekst als muziek oorspronkelijk Nederlands zijn. Altijdgroene klassieken als `Het dorp' (`La montagne'), `Het is weer voorbij die mooie zomer' (`City of New Orleans') en `Dokter Bernhard' (`Sister Mary') moeten dus wachten tot Van de Reijt een Top 100 van Nederlandstalige covers maakt.

Het ietwat slordig geredigeerde boekje waarin Van de Reijts serie uit Het Parool verzameld werd, is een lust voor het oog. Het glanspapier en het oblong formaat doen zowel de teksten als de kleurige platenhoesjes goed uitkomen, en in een klein appendix is ook nog een aantal typerende hoesjes afgedrukt van singles die de Top 100 niet gehaald hebben. Hoe oneens je het ook kunt zijn met de keuze van Van de Reijt, je moet toegeven dat hier op zijn minst een visuele geschiedenis van het Nederlandstalige vinyltijdperk geschreven is.

Vanzelfsprekend valt op Van de Reijts keuze wat aan te merken. Zo is het opvallend hoe dol de auteur is op cabaret- en musicalliedjes – en dan heeft hij zich naar eigen zeggen nog ingehouden door slechts drie van de twaalf uitgebrachte Ja zuster, nee zuster-singles te selecteren. Harry Bannink staat met acht liedjes bovenaan in een bijgeleverde `top-10 van tekstschrijvers en componisten', waarin als vertegenwoordigers van de Nederpop alleen Boudewijn de Groot (zes liedjes) en Peter Koelewijn te vinden zijn. Ook het levenslied is populair bij Van de Reijt, om maar niet te spreken van wat ze in de Angelsaksische wereld novelty songs noemen, liedjes die het in de eerste plaats van de grap of de gekte moeten hebben. Zo zien we in de Top 100 onder veel meer `Waar moet dat heen?' (Barend Servet, 87), `Li-wang tai-fu' (Het Cocktail Trio, 84), `Liggen zo uw problemen?' (Rijk de Gooijer, 37) en zelfs het kennelijk op single verschenen Reve-verhaal `Ik bak ze bruiner' (46).

De Nederpop moet het doen met een kwart van de Top 100, waarbij vooral de invloedrijkste verbreider van het genre, Doe Maar, er bekaaid afkomt: `Sinds een dag of twee' staat op 20, maar `Doris Day', `Is dit alles' en `Smoorverliefd' (een van de swingendste nummers uit de Nederhithistorie) schitteren door afwezigheid. De reden is misschien dat Vic van de Reijt de doorbraak van de Nederpop niet legt bij Doe Maar, maar bij de Neerlands Hoop-plaat Hoezo jeugdsentiment? uit 1976. Overigens geen excuus voor het ontbreken van moderne klassieken als `België' van Het Goede Doel, `Over de muur' van Het Klein Orkest, `Suzanne' van V.O.F. De Kunst, `Als je wint' van Herman Brood en Henny Vrienten, en `Ik doe wat ik doe' van Astrid Nijgh.

Maar om op Conny van den Bos (nummer 100) te variëren, ik ben ook gelukkig zonder hen. Van de Reijts Top 100 biedt een keuze vol verrassingen – wat te denken van onbekende hoogtepunten als `Vlammetjes' van Helga (98, `erotiek met een zachte g') of `De flipstand' van Jan Cremer (47, `pikant en ondeugend') – en staat vol met aardige weetjes. Zo blijkt de tekst van `De soldatenmoeder' van de Zangeres Zonder Naam te zijn geschreven door Lucebert, maakte de hardrockgroep Meadow een bewerking van het suffe `Kleine café aan de haven', en haalden de Spelbrekers zéro points op het Songfestival van 1962 met `Katinka'. Op nummer 1 staat `Aan de Amsterdamse grachten' van de toevallig dit jaar overleden Pieter Goemans; om de Rotterdammers niet van zich te vervreemden zette Van de Reijt `Ketelbinkie' op 2, met de toevoeging dat `hele erge mensen' abusievelijk zingen `Toen wij uit Rotterdam vertrokken'. Sympathiek is dan weer wel dat een van die Erge Mensen het interview met Van de Reijt mocht doen dat ter inleiding van het boekje is opgenomen.

Van de Reijts Top 100 biedt perspectieven. Ongetwijfeld is de auteur al bezig aan een nieuwe Parool-serie over beroemde Nederlandstalige covers. Dan volgt wellicht het grote werk waarover wordt gerept in het inleidende interview: een top duizend van favoriete singles onder de titel Drie minuten die de wereld deden veranderen. Pas daarna zullen de fans met een gerust hart kunnen zeggen: `Ik heb genoeg, ik heb genoeg, ik heb genoeg van jou.'

Recensies op papier

Boekenbijlage NRC HandelsbladDeze website publiceert elke vrijdag een selectie uit het katern Boeken, dat die dag bij NRC Handelsblad verschijnt. Wilt u alle recensies, interviews, columns en reportages ontvangen, neem dan een zesdaags abonnement of een weekendabonnement op NRC Handelsblad.