*

U kijkt naar de website van NRCBoeken 2007-2011. Bezoek ook de de huidige site.

Engelen horen niet bij mensen

Cees Nooteboom speelt met de wereldliteratuur

Je moet maar durven.

Cees Nooteboom: Paradijs verloren. Atlas, 160 blz. €19,90

In het tweede deel van Cees Nootebooms nieuwe roman Paradijs verloren mijmert de hoofdpersoon over de stand van zaken in de Nederlandse literatuur. `Het meeste van wat er verscheen was gewoon niet goed genoeg', denkt deze Erik Zondag, tweede criticus van een landelijk avondblad. `Het leek wel of er elke dag een schrijver bij kwam, en toch, als je achteromkeek, de twintigste eeuw in, hoeveel werkelijke schrijvers waren dan overeind gebleven? Er was zo oneindig veel tinnef waar de schimmel al op zat terwijl die boeken nog op de bestsellerlijsten stonden.'

Natuurlijk mogen we Zondags gedachten niet toeschrijven aan zijn schepper, maar een schrijver die dit soort dingen noteert, legt de lat ook voor zichzelf hoog. Daarbij heeft Zondag meer noten op zijn zang. Hij haalt nogal venijnig uit naar zijn naaste collega (herkenbaar als de criticus van NRC Handelsblad die Nootebooms vorige roman Allerzielen negatief besprak). Hij constateert dat literatuur `een carrière' is geworden: `De vijver was te vol geraakt met eenden en zwanen, er moesten er nodig af en toe een paar worden afgeschoten [...] hij was lid van de schoonmaakploeg, onaangenaam maar nuttig werk'. En hij vindt dat de literaire Grote Vier – Reve, Mulisch, Claus, Wolkers – te lang doorschrijven: `Sommige schrijvers werden onaangenaam oud [...] Er werd te weinig gestorven in de Nederlandse literatuur.'

Het maakt je benieuwd naar wat Zondag zou zeggen over Paradijs verloren, per slot van rekening een roman van een 71-jarige schrijver die sinds zijn P.C. Hooftprijs door iedereen gerekend wordt tot de Grote Zes (vergeet nooit Hella Haasse!). Maar fictieve personages kun je niet naar hun mening vragen, zoals je schrijvers niet kunt verbieden om romanfiguren te gebruiken voor het uitvechten van vetes en spuien van kinnesinne. Het oordeel is aan de lezer – zelfs al is die een criticus. Zoals het echte alter ego van Nooteboom zegt in de proloog van Paradijs verloren: als je schrijver bent, neem je `behoorlijke risico's'.

Klassiek

Paradijs verloren is klassiek van opbouw. Er is een proloog (motto: `The pronoun I is better because more direct'), waarin een schrijver in het vliegtuig een vrouw gadeslaat die een boek leest. Er is een epiloog, waarin diezelfde schrijver wat later in een trein met dezelfde vrouw in gesprek raakt over het boek dat zij aan het lezen was, Paradise Lost van de Engelse dichter John Milton. En daartussenin staan twee verhalen die aan het eind van het boek in elkaar grijpen en die beide gaan over verloren paradijzen en al dan niet reddende engelen. Zoals in veel boeken van Nooteboom wordt de roman afgesloten met een citaat (`Dat doet u toch altijd?' zegt de vrouw in de trein): veertien regels uit de negentiende-eeuwse vertaling van Paradise Lost, over de Verdrijving uit het Paradijs.

Hoofdpersoon van het eerste verhaal is Alma, een Braziliaanse van Duitse afkomst die na een afschuwelijke ervaring in een van de favelas van Sao Paolo is veranderd in een typische Nooteboomfiguur: een bespiegelende zwerfster die `de hele aarde bewoont'. In Australië, waar ze te midden van de Aborigines – als kortstondige geliefde van een Aboriginal-schilder – haar trauma's probeerde te helen, heeft ze Erik Zondag ontmoet. Tenminste, dat blijkt halverwege het tweede verhaal, waarin de uitgebluste criticus is afgereisd naar een Oostenrijks kuuroord. In het sanatorium wordt hij onder meer behandeld door Alma, op wie hij drie jaar tevoren hopeloos verliefd is geworden toen hij haar verkleed als engel zag meedoen in een kunstproject in Perth. Net als destijds is de liefde gedoemd nog voor ze geconsumeerd wordt. Alma wijst Erik de deur, als de engel die Adam en Eva uit het Paradijs verdreef. Want: `Engelen horen niet bij mensen.'

Helemaal overtuigend is de amour fou van Erik niet. Alma jaagt als engel `angst, ontroering, verlangen' in hem aan, maar het wordt niet duidelijk waarom. We moeten het maar aannemen van de alwetende verteller, die af en toe het verhaal onderbreekt, of we moeten ons neerleggen bij het motto van de proloogschrijver: `Het raadsel dat andere mensen opgeven heeft mij mijn leven lang beziggehouden.' Ook de ervaringen van Alma in Australië hebben iets abstracts, wat niet helemaal te vermijden is bij het samenvatten van het wereldbeeld van de Aboriginals, met hun concept van de droomtijd (`de tijd voor de tijd en voor de herinnering, toen de wereld plat was en leeg en geen contouren had'). Aboriginals leven niet in wat wij de geschiedenis noemen; ze lezen het landschap als een door de geesten van hun voorouders beheerste wereld vol betoverde plekken; ze zijn volgens een vriendin van Alma `hun eigen eeuwigheid'. Het is niet moeilijk om te zien wat Alma, over wie wordt gezegd dat bij haar `alle verleden tijd altijd tegenwoordige tijd' is, daarin aanspreekt. En hetzelfde geldt voor haar schepper Nooteboom, wiens werk wordt beheerst door de ongrijpbaarheid van de tijd en de ironie van de geschiedenis. Maar voor de lezer is het taaie kost.

Gruislaag

Ondanks de strakke compositie (perfect symmetrisch) en de literaire detaillering (de reisbestemmingen in het inflight magazine uit de proloog blijken de locaties van de roman die we gaan lezen!) komt Paradijs verloren over als een onevenwichtig boek. Dat heeft vooral te maken met de verschillen in toon tussen het eerste verhaal, dat serieus en filosofisch is, en het tweede verhaal, dat gedomineerd wordt door Zondags polemiek met de `al dan niet parasitaire of secundaire gruislaag die om de eenzame kern van het boek of gedicht zweefde.' De onmogelijke liefde tussen Alma en Erik (Adam en Eva?), en de bespiegelingen over vooruitgang delven daarbij literair het onderspit.

Veel beter geslaagd zijn de postmoderne accenten die Nooteboom in Paradijs verloren heeft aangebracht. Sommige lezers zullen hun wenkbrauwen fronsen bij Nootebooms spel met citaten uit en pastiches van de wereldliteratuur; maar voor mij als liefhebber van literaire dwarsverbanden werkte het wel, het toepasselijk citeren uit Paradise Lost, het verwijzen naar Thomas Manns sanatoriumroman Der Zauberberg (inclusief de Mannelijke ironie) en naar Nootebooms eigen Mokusei, waarin Zondags vriend, de fotograaf Arnold Pessers, een hoofdrol speelt. Het is zelfs een spannend moment wanneer in het slot van de proloog de ik-figuur eindelijk de titel kan zien van het boek dat de mooie vrouw in het vliegtuig zit te lezen. `Het is dit boek,' zegt hij, `een boek waaruit ze nu verdwijnt, samen met mij.' Heel even denk je dat je een roman-in-een-roman in de traditie van Italo Calvino gaat lezen, een soort Als op een winternacht een reiziger (1979). Maar de twee volgende verhalen zijn veel conventioneler, en alleen de epiloog herinnert nog aan de aanvankelijke verwachting.

`Van Calvino moeten boeken kort zijn,' schrijft de Nooteboom-achtige ik-figuur, die de meester van het leesbare postmodernisme kennelijk ook bewondert. Paradijs verloren is inderdaad een bescheiden roman. Maar volgens Calvino's beroemde lijstje met criteria voor goede fictie moet een boek ook licht, snel, precies, duidelijk, veelvormig en consistent zijn. Precisie (vooral op het stilistische vlak) en veelvormigheid (in de vertelstemmen) kun je Nootebooms nieuwe roman niet ontzeggen. Het zijn de lichtheid, de snelheid, de duidelijkheid en de consistentie die in Paradijs verloren gemist worden.

Levens hartgrondig door elkaar mengen, ook al is het maar voor even, is geen kleinigheid. [...] Levens worden nu eenmaal in langdurige processen toebereid. Precies, net als gerechten. [...] De ene kooktijd is langer dan de andere, de fornuizen staan op verschillende plekken in de wereld, de uitkomst is ongewis. [...] Het leven, als we die domme abstractie nog even aanhouden, is als kok een volstrekte idioot. Daaraan lijden, meestal, de mensen, en daarvan profiteert soms, maar ook weer niet al te vaak, de literatuur.

Uit Cees Nooteboom: Paradijs verloren

Levens hartgrondig door elkaar mengen, ook al is het maar voor even, is geen kleinigheid. [...] Levens worden nu eenmaal in langdurige processen toebereid. Precies, net als gerechten. [...] De ene kooktijd is langer dan de andere, de fornuizen staan op verschillende plekken in de wereld, de uitkomst is ongewis. [...] Het leven, als we die domme abstractie nog even aanhouden, is als kok een volstrekte idioot. Daaraan lijden, meestal, de mensen, en daarvan profiteert soms, maar ook weer niet al te vaak, de literatuur.Uit Cees Nooteboom: Paradijs verloren

Recensies op papier

Boekenbijlage NRC HandelsbladDeze website publiceert elke vrijdag een selectie uit het katern Boeken, dat die dag bij NRC Handelsblad verschijnt. Wilt u alle recensies, interviews, columns en reportages ontvangen, neem dan een zesdaags abonnement of een weekendabonnement op NRC Handelsblad.