*

U kijkt naar de website van NRCBoeken 2007-2011. Bezoek ook de de huidige site.

Een levende onderwereld

TEUN VOETEN: Tunnelmensen304 blz., geïll., Atlas 1996, ƒ 39.90

TEUN VOETEN: Tunnelmensen

304 blz., geïll., Atlas 1996, ƒ 39.90

Onder een van de duurste stukken grond ter wereld - Manhattan - leven mensen. Vaak zijn ze door crack en aids half weggeteerd - 'door God verlaten schimmen' schrijft fotograaf en antropoloog Teun Voeten in zijn boek Tunnelmensen. Voeten trekt de lezer mee in een onderwereld van trein- en metrotunnels waar het geluid in de stalen en betonnen constructies dag en nacht resoneert. Waar katten en ratten elkaar op leven en dood bevechten. En waar niet lang geleden nog een paar duizend mensen woonden. Inmiddels is de groep door streng politieoptreden gedecimeerd. Etnograaf Terry Williams die zich al jarenlang met tunnelmensen bezighoudt bracht Teun Voeten in contact met deze onderste klasse van de Amerikaanse maatschappij. De bewoners van het stuk tunnel waar Voeten vijf maanden verbleef behoren tot de elite van de tunnelbewoners. Mensen die nog aanspreekbaar zijn en die - ondanks alles - hun waardigheid als een hoog goed beschouwen.

Het boek begint als Williams en Voeten het daglicht achterlaten om zich in een donker landschap van gaten en holen te begeven. Overal ligt vuilnis, soms vermengd met menselijke uitwerpselen. In de spelonkachtige ruimte van wel honderd meter breed staan oude schaftketen. Bij een ervan houden ze stil. Honden grommen. Op Williams begroeting steekt een man zijn hoofd achter een oud vloerkleed vandaan; ze moeten oprotten. Naar later blijkt is het Joe die vier jaar in Vietnam diende. Achtervolgd door nachtmerries vluchtte hij uit de bovenwereld naar deze schuilplaats waar hij samen met vrouw Cathy en dertig katten woont.

Door de stikdonkere tunnels gaan ze verder. Pas als er weer wat licht valt door luchtroosters, die in het park aan de Hudson uitkomen, zien ze een kleine nederzetting. Er liggen kranten en keukengerei en er smeult een vuurtje. Daar woont 'Lord of the Tunnel' Bernard Isaacs - een 'intelligent, welopgevoed, betrouwbaar en humoristisch mens' aldus Voeten. Bernard, die naar eigen zeggen zijn levensverhaal voor honderdduizend dollar aan Hollywood verkocht, onderhoudt uit naam van de tunnelbewoners contacten met de pers en wordt Voetens gids en vriend. Ooit studeerde Bernard journalistiek en filosofie waarna hij zich in een turbulente carrière - onder andere als fotomodel en cokedealer - stortte. Na een 'leven van limousines, champagne en mooie vrouwen' ging hij acht jaar geleden in de tunnel wonen. Nadat het eerste ijs is gebroken betrekt Teun Voeten de bunker van de aan speed verslaafde meesteroplichter Wild Bob die tijdelijk boven woont. Flessen met pis heeft hij laten staan. Het gemeenschappelijk sanitair bestaat uit een zandhoop verderop in de tunnel. Voor Bob te ver en te gevaarlijk om 's nachts te bezoeken.

Sinds de tunnelmensen in 1989 door de media werden ontdekt zijn ze een favoriet onderwerp. Sensationele verhalen deden de ronde. Dat de 'molmensen' zouden overleven op een dieet van ratten, 'tunnelkonijnen', dat er kinderen zouden wonen die nooit boven kwamen en dat er zwarte magie werd bedreven. Zelfs CNN besteedde aandacht aan de tunnelmensen. In 1993 verscheen het boek The Mole People van journalist Jennifer Toth.

Toch maken al deze eerdere publikaties het boek dat Teun Voeten met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten schreef niet overbodig. Volgens het voorwoord wil hij 'inzicht geven in de ziel van de tunnelmens'. Hij slaagt daar voor zover het de hoofdpersonen betreft zeker in. En hoewel Voeten op de omslag als antropoloog wordt gepresenteerd is zijn boek geen antropologische uiteenzetting geworden maar een gedreven portret van enkele individuen. Al lezende groeit er sympathie voor de twee kleine criminelen Franky en Ment die met stoere kreten hun scharminkelige honden op onbekenden afsturen. Dan is er de 'morsige hippie' Marcus die zichzelf ooit in brand stak uit protest tegen de oorlog in Vietnam. Hij woont al jaren in de tunnel tussen pilaren van in gratis verstrekte hondenpoepzakken verpakte tijdschriften en boeken. Hij is leesverslaafd, bezoekt met grote regelmaat de muziekbibliotheek en speelt ter meditatie op zijn dwarsfluit.

Zelfs Tony die wegens moord vijftien jaar vastzat wordt in de loop van het verhaal steeds aardiger. Hij woont samen met zijn aan crackverslaafde vriendje Jeff die bovengronds de hoer speelt. Tony hoopt ooit veel geld te verdienen met de verkoop van T-shirts met zijn eigen ontwerpen. Maar het zal er nooit van komen want zodra hij geld heeft gaat hij naar de paardenrennen waar hij steevast alles vergokt.

Ontruiming

Sommige tunnelbewoners verdienen relatief goed. In 1983 voerde de staat New York als milieumaatregel vijf dollarcent statiegeld op lege blikken in. Omdat supermarkten niet zaten te wachten op al die zwervers met honderden blikjes werd WeCan opgericht, een 'inwisselcentrum' op nonprofit basis. De slimste daklozen, zoals Bernard, werkten zich op tot 'two-for-oner' - een tussenpersoon die tijdens de sluitingstijd van WeCan twee blikjes opkoopt voor de prijs van één.

De hoofpersonen in Tunnelmensen hebben één ding gemeen: ze haten de shelters, de opvanghuizen voor daklozen waar je niet meer dan een nummer bent. En waar je volgens Franky meer risico loopt beroofd te worden dan in de tunnel. Bovengronds wachten de hulpverleners. Met broodjes staan ze bij de poorten van de tunnel. Of ze delen foldertjes uit waarin staat dat Jezus ook dakloos was. In het New Yorkse hulpverleningscircuit voor daklozen gaat zeshonderd miljoen dollar per jaar om. De welzijnswerkers geven toe dat ze aan 'prettification' doen: ze stellen de zaken mooier voor door bijvoorbeeld te verzwijgen dat zestig procent van de daklozen een crimineel verleden heeft en dat bijna alles wat bijeen gebedeld wordt opgaat aan crack. Zo blijft het geld binnenkomen en zijn de hulpverleners zeker van hun baantjes. Het aantal daklozen is echter niet gedaald. Sergeant Bryan Henry, die net als Bernhard in elke reportage over tunnelmensen opduikt, veegde de afgelopen jaren de zeven lagen diepe tunnels onder het Grand Central Station schoon. Hij is ook betrokken bij de op handen zijnde ontruiming van Bernhards tunnel. Het moet, zegt hij, want het leven in de tunnels is levensgevaarlijk; naast het gewone spoor loopt een rails waar 700 volt op staat. Maar met schoonvegen los je de tweedeling in de maatschappij niet op aldus Henry. Hij vergelijkt de daklozen met de kanaries die de mijnwerkers vroeger ondergronds meenamen. Als de kanaries stikten wisten de mijnwerkers dat er te weinig zuurstof was. 'Het is een indicatie dat er iets grondig mis is met de maatschappij. ... De beveiligingssector is de snelst groeiende industrie. Het lijkt wel of we teruggaan naar de middeleeuwen. Steden omringd door zware wallen om de barbaren buiten te houden.'

Een paar van die 'barbaren' denk ik na lezing van Voetens boek beter te kennen.

Recensies op papier

Boekenbijlage NRC HandelsbladDeze website publiceert elke vrijdag een selectie uit het katern Boeken, dat die dag bij NRC Handelsblad verschijnt. Wilt u alle recensies, interviews, columns en reportages ontvangen, neem dan een zesdaags abonnement of een weekendabonnement op NRC Handelsblad.