*

U kijkt naar de website van NRCBoeken 2007-2011. Bezoek ook de de huidige site.

Dirigent van een olympisch waterballet

In zijn memoires levert waterpolocoach Robin van Galen kritiek op de zwembond

In Mijn olympische missie geeft coach Robin van Galen een inkijkje in de lange en moeizame weg die leidde naar de gouden medaille van de waterpolovrouwen in Peking. De zwembond reageert op zijn memoires.

Robin van Galen, ‘Mijn Olympische missie’. Uitgeverij Aquataal, 200 blz., 22,50 euro

„Het spijt me Robin, ik denk dat we met jou geen kans maken om de Olympische Spelen te halen.” Het had niet veel gescheeld of er waren geen Olympische Spelen geweest voor Robin van Galen, coach van de Nederlandse waterpolovrouwen.

Een jaar voor ‘Peking’ had één van zijn speelsters het vertrouwen in hem opgezegd, na een slecht verlopen ‘generale’ in Melbourne, waar Nederland teleurstellend negende was geworden op het WK. Van Galen twijfelde zelf ook of hij moest doorgaan met zijn selectie, erkent hij in zijn boek Mijn olympische missie.

Alles leek Robin van Galen op orde te hebben sinds hij in 2006 aan zijn klus begonnen was: een getalenteerde groep waterpolosters die, naar het zogenoemde Bankras-model, fulltime gezamenlijk trainde in de bossen van Zeist. Zijn elfkoppige begeleidingsstaf was indrukwekkend en compleet, van de diëtiste tot de sportpsycholoog.

Maar in Melbourne zag hij in dat er meer nodig was dan dagelijks keihard trainen. Hij zag zichzelf plotseling aan het hoofd van een groep roddelende, introverte vrouwen, verscheurd door kliekjesvorming, negatieve gedachten en onderhuidse irritaties.

Goed beschouwd legde Van Galen daar de basis voor het – nog altijd – onwerkelijke succes in het het Yingdong Natatorium van Peking op 21 augustus vorig jaar. Op 36-jarige leeftijd groeide hij uit tot dirigent van een olympisch waterballet waarvoor zelfs een vergadering van de ministerraad werd onderbroken, tijdens de finale tegen de Verenigde Staten. Niet alleen had Van Galen de Olympische Spelen gehaald, hij won met zijn ploeg een onbereikbaar geachte gouden medaille.

Hij had de ommekeer weten te bewerkstelligen door zijn eigen prestaties tegen het licht te houden en zich kwetsbaar op te stellen tegenover zijn selectie. Die had hij leren kennen als een groep lichtgevoelige, stille meiden, die niet durfden te juichen als ze hadden gescoord. Of die gingen huilen na kritiek, of een wissel. „Ik moest erg wennen aan die huilbuien”, stelt Van Galen. „Niet dat janken erg is, maar ik vroeg me regelmatig af: ‘zoiets onbenulligs, zoveel verdriet, waar gáát dit over?’”

Direct na Melbourne had hij steun gezocht bij sportpsycholoog Rico Schuijers en Rob Haantjes, hockeycoach en pionier op het gebied van mentale coaching en teambuilding. Zij overtuigden Van Galen ervan dat zijn ploeg een normale fase doormaakte.

Van Galen besloot het trainingsbad in Zeist even te mijden en stortte zich op een grondige evaluatie. Aan de hand van een vragenlijst mochten alle speelsters, desgewenst anoniem, laten weten wat er mis was met het team.

„De belangrijkste ‘kritiek’ was terug te voeren op communicatie”, concludeerde Van Galen, die zich een week lang had verdiept in de antwoorden van zijn speelsters. De ploeg zocht onder meer duidelijkheid over de rolverdeling binnen het team en de begeleiding en over het selectiebeleid. „Het woord ‘roddelen’ viel opvallend vaak”, zag de bondscoach.

De speelsters moesten gezamenlijk oplossingen bedenken. Die vatten ze samen in een mission statement die een vaste plaats kreeg in de kleedkamer: ‘Accepteer elkaars verschillen, bewonder elkaars talenten, op weg naar het gemeenschappelijke doel’. In de maanden erna zag Van Galen zijn team als een eenheid herrijzen uit de puinhopen van Melbourne, met de winst in het olympisch kwalificatietoernooi in Rusland als voorbode op Peking.

Van Galen zet zichzelf niet neer als wondercoach van de gouden waterpoloploeg, maar als een emotionele begeleider, die twijfels heeft, openstaat voor vernieuwingen en bereid is alles te onderzoeken wat zijn team sterker kan maken. Vooral de trainingen met sportpsycholoog Rico Schuijers – ook de man achter de ‘gouden’ Nederlandse hockeyvrouwen – droegen bij aan de vorming van een zelfverzekerde ploeg die geloofde dat het ondenkbare denkbaar was.

In zijn postolympische memoires neemt Van Galen geen blad voor de mond. Hij neemt stelling tegen het amateuristische clubwaterpolo in Nederland dat maar niet weet te ontsnappen aan het ritme van drie trainingen per week, maar ook tegen de zwembond KNZB, die geen kans zag de waterpolohype na de Spelen te verzilveren. „Meer publiciteit en een beter imago kon het waterpolo niet krijgen”, stelt Van Galen. „De sponsors moesten wel in de rij staan voor onze sport. Maar had de KNZB de professionaliteit in huis om ze binnen te halen?”

Daarbij verbaasde het hem dat diezelfde bond hem „nog geen bedankje” had gegund na zijn afscheid als bondscoach, kort na de Spelen. „Voor die bond had ik dan alles wat in mijn vermogen lag, gegeven. Het gebrek aan waardering stak me”, besluit Van Galen.

 

Zwembond: aantijgingen 'feitelijk onjuist'

Zwembond KNZB reageert met verbazing op de aantijgingen van Robin van Galen over het al dan niet verzilveren van het olympisch waterpolosucces. „Onhandig en feitelijk onjuist”, zegt KNZB-directeur Jan Kossen. „Het is jammer dat Robin dat soort dingen roept zonder even te vragen hoe het zit.”

De zwembond had al voor de Spelen het contract met hoofdsponsor Widex verlengd en ging na het succes op zoek naar een tweede geldschieter. „Die presenteren we over twee weken”, zegt Kossen. Het sponsorbedrag wordt verdubbeld tot zo’n tweehonderdduizend euro per jaar, vier jaar lang.

Kossen wijst op nog een positief gevolg van het olympisch succes. In navolging van de waterpolovrouwen trainen vanaf september ook de mannen fulltime in het KNVB-zwembad.

Recensies op papier

Boekenbijlage NRC HandelsbladDeze website publiceert elke vrijdag een selectie uit het katern Boeken, dat die dag bij NRC Handelsblad verschijnt. Wilt u alle recensies, interviews, columns en reportages ontvangen, neem dan een zesdaags abonnement of een weekendabonnement op NRC Handelsblad.