*

U kijkt naar de website van NRCBoeken 2007-2011. Bezoek ook de de huidige site.

De man met de hamer

De bezemwagen van Pim Fortuyn raast door het land

Wat wil Pim Fortuyn? In zijn nieuwe boek, waarvan de eerste oplage deze week nagenoeg uitverkocht werd, spreekt hij uitgebreid zijn computer toe. Over ziekte, misdaad en vooral straf.

Pim Fortuyn: De puinhopen van acht jaar paars. Een genadeloze analyse van de collectieve sector en aanbevelingen voor een krachtig herstelprogramma.Karakter Uitgevers/Speaker Academy, 186 blz. €14,95

Pim Fortuyn is een inbreker. Een professionele bovendien. In een paar maanden is Fortuyn er in geslaagd overal een stevige kraak te zetten. Zijn inbraak beperkt zich niet tot een paar huisjes, maar strekt zich uit tot hele blokken. Dat de arbeiders- en middenklassen gecharmeerd zijn van Fortuyns `genadeloze analyse en krachtig herstelprogramma' is sinds de verkiezingen van vorige week woensdag afdoende bekend. Een op de drie Rotterdammers vanuit het niets werven, is geen flauwekul. Dat de hogere culturele echelons, sinds het aangekondigde afscheid van premier Kok dapper geworden, nu ook voorzichtig tippelen op Fortuyn is een nog opvallender prestatie. Zo schreef Arend Jan Boekestijn (historicus) op de opiniepagina van deze krant: `Fortuyn mag een recept zijn voor ruzie, maar de meeste bestaande politieke partijen zijn een recept voor stagnatie. Ik weet niet wat erger is'.

Kennelijk hangt er een aureool rond de leider van de nieuwe beweging, waar honderdduizenden Nederlanders opgewonden van raken. Fortuyn zelf weet dat en voedt die erotische hysterie in woord en gebaar. Wie van de jaren zestig heeft geprofiteerd, daarna niet op waarde is geschat en nu tot doel heeft de ongemakkelijke dwalingen uit die tijd te corrigeren, moet de middelen van diezelfde jaren gebruiken. In Fortuyns memoires Babyboomers (1998) stond het woord `geil' in de toptien van zijn favoriete woorden. Het deze week verschenen verkiezingsmanifest De puinhopen van acht jaar paars is ingetogener. Maar de stormloop op dit boek illustreert dat die tinteling ook minder expliciet in klinkende munt kan worden omgezet.

Wat wil je met een ondertitel als Een genadeloze analyse van de collectieve sector en aanbevelingen voor een krachtig herstelprogramma. Het effectbejag is duidelijk. Hier spreekt een leider, de enige vent tegenover alle mietjes die het Binnenhof bevolken en monkelend door het leven gaan. `Ik doe mijn best niet alleen het ongenoegen en de irritatie van de mensen in het land te kanaliseren', schrijft hij. Hij wil meer. Hier staat een man die niet duizelig wordt van zijn eigen successen. `De staatssecretaris verkoos mijn adviezen te negeren'. Hier analyseert een wetenschapper man en paard zonder last te hebben van een `schuldcomplex' en verwijst nakomelingen van slaven, die financiële genoegdoening eisen, dus naar de psychiater. `De fout is gemaakt met de knieval voor de joodse lobby', met die `generale compensatie aan allerhande joodse fondsen die met dat geld, ons geld tenslotte, kunnen doen wat hen goeddunkt, desnoods het verdelen onder de ``armen'.'`Noem het burgerplicht in de strijd tegen het Nederlandse regentendom. Het land verdient tenslotte beter', aldus Fortuyn. `Het lijkt wel het Irak van Saddam Hoesein', voegt hij eraan toe als hij een `inkeurige bevriende notaris' in bescherming neemt die door de politie is gearresteerd op verdenking van criminele activiteiten, wegens gebrek aan hard bewijs tot een taakstraf wordt veroordeeld en nu `berooid' geniet van de WAO die premier Fortuyn straks alleen uitkeert aan mensen die tijdens hun werk van de trap zijn gevallen.

Barricades

Inderdaad. Hier staat een `moderne' patriot op de barricade voor een draconische omwenteling van zijn eigen leven én dat van zijn landgenoten. Met expliciete dank aan Osama bin Laden bovendien, die met zijn aanval op Amerika en de `hersenloze president Bush' de `onverschilligheid' van de burger heeft doorbroken. `Als 11 september in deze fnuikende houding van de burger een verandering heeft mogen bewerkstellingen, dan zijn die vele doden niet tevergeefs gevallen op dit slachtveld van haat en vijandschap'.

De puinhopen van acht jaar paars verdient dan ook kritiek. De stijl van het manifest laat ik buiten beschouwing. Als voorman van een `beweging' die zich opwerpt als spreekbuis van `gewone mensen' én als wapen tegen de `muffe' en soms `ronduit stinkende elitedemocratie', heeft Fortuyn niet veel anders kunnen doen dan een toespraak houden tegen zijn computer. Het is nu bovendien menens, het gaat om de macht. Doorrekenen achter de komma, die `incestueuze' reflex van de `meritocratische elite', is van later zorg. `Het is niet in de eerste plaats een kwestie van geld'.

De puinhopen van acht jaar paars is een boek als een carrillon waarin alle klokken tegelijk luiden maar nergens een klepel hangt. Eén individu staat model voor dé geschiedenis, empirie staat los van theorie en emotie is een kleine teen verwijderd van politiek. Dit alles wordt bij elkaar gehouden door wrok tegen het bureaucratisch-politieke complex dat de kleine man vermorzelt. Met name die onverholen woede tegen de bureaucratie is zo intens dat identificatie bij de lezer mogelijk wordt. Zo herken ik zijn filippica tegen minister Borst, omdat ik ooit zelf hopeloos te hoop ben gelopen tegen ambtenaren die mijn vrouw als medische specialiste uit den vreemde jarenlang treiterden, en ik even lang als gefrustreerd konijn effectieve bijstand zocht van kennissen en politici.

Maar klópt het allemaal wel? In het hoofdstuk over het onderwijs beschrijft Fortuyn een diner ten huize van een `bevriend zakenechtpaar' met een dertienjarige `onbedaarlijk giechelende bakvis'. Ze moet op school tentamen doen over de Verlichting. Na een hoorcollege van Fortuyn, dat begint bij Spinoza en eindigt bij Rousseau, haalt ze tot verbazing van de leraar een negen. Voor Fortuyn is dit het bewijs hoe `fnuikend het studiehuis' is. Het studiehuis is inderdaad beroerd. Maar niet voor meisjes van dertien. Die hebben er in de basisvorming nog niet mee te maken. Als het waar is dat de dochter des huizes over de Verlichting werd getentamineerd, dan rijst de vraag of dit vooruitgang is dan wel onverantwoordelijke overbelasting van kinderen en leraren. Toen Fortuyn in 1961 zo oud was, ging het tijdens de lessen in de eerste klassen hoe dan ook niet over Voltaire, maar over eenvoudige vierkantsvergelijkingen.

Voor de auteur is de `zorgwekkende staat van het onderwijs' (`flikker die pc a.u.b. de scholen uit', schrijft de man die elders in zijn boek overigens de ICT bejubelt als een `gigantische stap in de democratisering en individualisering van het materiële leven') het gevolg van de Mammoetwet. Nostalgisch herinnert hij zich bijvoorbeeld de pater die een `lastige jongen een keer over de knie had genomen en met die grote handen van hem een stevig pak op zijn reet had gegeven, zodanig dat-ie een dag niet meer kon zitten'. Precies, denk je dan, zoals nu op sommige islamitische scholen weer gebeurt. Maar `in 1967 kwam aan deze idylle plotseling een einde' en moest de Mammoetwet, die de HBS degradeerde tot HAVO, worden ingevoerd. Dat is nieuw, althans voor mij. De wet van Cals werd pas in 1968 overal ingevoerd en plaatste de vijfjarige HBS via het atheneum juist op nagenoeg gelijke voet met het gymnasium, zodat meer kinderen arts konden worden? En het was niet plotseling. Cals had het wetsontwerp reeds in 1958 ingediend.

Een vergelijkbare noviteit lanceert de socioloog als het gaat om de fiets. Volgens hem heeft `de fiets de bijl aan de wortels van de verzuiling' gelegd. Hè? Tot nu toe is er consensus over de these dat de fiets als goedkoop en lokaal transportmiddel juist de basis heeft gelegd voor de verzuiling en het daarop gebaseerde politieke bestel, kortom dat de fiets een halve eeuw eerder een cruciale en omgekeerde rol heeft gespeeld dan Fortuyn poneert.

Geniaal idee

Door dit radicale revisionisme verliest de auteur zichzelf. Dat is een algemeen menselijk patroon. Je denkt een geniaal idee te hebben en bent dus bang dat te toetsen aan de feiten die jezelf gebruikt. Het komt in de beste families voor om binnen twee pagina's twee verschillende dingen te poneren.

Maar dit menselijk tekort kan kwade opzet worden. En daar lijkt het op in De puinhopen van acht jaar paars. Fortuyn breekt een lans voor scholen van maximaal zeshonderd leerlingen en `herstel van het ouderwetse klassikale onderwijs'. In hetzelfde hoofdstuk schrijft hij echter ook en uit eigen ervaring: `Zo zie je maar dat kleinschaligheid in een kleine en gesloten gemeenschap tot verschrikkelijke dingen kan leiden, niet in de laatste plaats door de verstikkende sociale controle die ervan uitgaat'.

Hier ontbreekt ergens een schakel. Zoals die ook zoek is bij zijn pleidooi voor (her)invoering van de dienstplicht voor jongens en meisjes. Dat veel achttienjarigen nu niet meer buiten hun eigen kringetje worden gesocialiseerd, is evident en problematisch. Of kazernes daarvoor de geëigende plaats zijn, kan ter discussie staan, hoewel zelfs in Rusland de soldaat als goedkope arbeidskracht voor ongeschoolde klusjes uit de tijd begint te raken. Maar áls het een goed idee is, dan moeten er wel genoeg kazernes zíjn. En die wil Fortuyn juist afschaffen, met zijn plan leger en luchtmacht op te heffen.

Overal buitelen de ongerijmdheden over elkaar heen. Aan de ene kant wordt het ambtelijke apparaat van alle overtollige ballast ontdaan, aan de andere kant moet dezelfde overheid als een falanx en knuppelend over straat.

Het wemelt in De puinhopen van acht jaar paars namelijk van `dwang en straf' in alle soorten en maten en voor ons eigen bestwil. Basisartsen gaan `vloeren dweilen'. Dat is net zo goed voor hun vakbekwaamheid als vakkenvullen voor een directeur van Albert Heijn. Leraren moeten les geven aan keurig in de bankjes zittende en luisterende kinderen. Als ze dat niet kunnen, dan dienen ze `met gezwinde spoed uit het onderwijs te verdwijnen' en worden scholen die vervolgens de klas naar huis moeten sturen ook `financieel gestraft'. Agenten (`administreren en innen kunnen onze juten uitstekend') worden `afgerekend op oplossingspercentages'. `Nazoeken die handel' van `jongemannen in hun peperdure BMW's, dikwijls met een uitkering van de sociale dienst'. WAO-keurders en personeelschefs zullen spijkerhard gaan vegen. `Aanstellers vliegen er sowieso uit, maar ook mensen met klachten die medisch objectief niet zijn vast te stellen'. Er worden hoe dan ook `gewoon vraagtekens geplaatst bij het ziek zijn'. De KLM krijgt voor passagiers zonder `deugdelijk papier' geen afkoopbare boete, maar krijgt ze `direct weer in de maag gesplitst'. Afgewezen asielzoekers weten zich `geplaatst in een gesloten opvanginrichting'. Zwarte scholen worden `gebroken' door ze zo `te situeren dat menging van bevolkingsgroepen naar afkomst en sociale positie op een natuurlijke manier tot stand komt'. De twaalf provincies van Thorbecke gaan er aan. Aan het hoofd van de regio's Noord, Oost, Zuid, Holland/Zeeland en Utrecht komt een `gekozen stadhouder die al of niet op basis van een partijencoalitie zijn kabinet samenstelt'. En in het gezin gaat het mes. `Het ongeëmancipeerde gedoe van Turkse en Marokkaanse jongemannen wordt onmogelijk gemaakt. Man, vrouw en kinderen en daarmee basta'.

Met deze immense bezem kan iedereen worden opgeveegd. De bemiddelde maar op zaal liggende hartpatiënt kan grimlachen over de `gebakken lucht van mevrouw Borst' en het `openbreken' van het kartel zorgverzekeraars dat onder leiding staat van `marktadept Hans Wiegel'. De rokende kankerlijer kan zich verzoenen met de gedachte dat ook aids straks niet onder de WAO valt. De geassimileerde Marokkaanse vrouw wordt bediend met `stevige sancties en wel direct' tegen `achterlijke islamitische opvattingen'. De Surinaamse voetbalfan weet dat er een einde komt aan `vreemde overheersers' die Rotterdam tot een klein Istanbul maken als het Turkse elftal een wedstrijd heeft gewonnen. De verstokte avondlander kan zich laven aan de `professor' die `geen stuiver' geeft voor het `politiek-strategisch inzicht' van Amerika, dat in het voor ons, ondanks de olie, `onnodige' islamitische deel der wereld de lakens wil uitdelen.

Mallotenpartij

En ondertussen worden wij allen ook op onze individuele waarde geschat die de `mallotenpartij' PvdA en de `Linkse Kerk' ons niet gunnen omdat ze ons `patriarchaal' als `hulpbehoevende slachtoffers en bankzitters' willen `betuttelen'. `Be happy! is een regelrechte opdracht aan eenieder van ons'.

De staat van Fortuyn spiegelt zich aan het bedrijfsleven, niet zozeer de grote transnationale monopolistische ondernemingen maar de kleinere die op eigen kosten overeind moeten zien te blijven. Als daar de zaak niet verbetert `rollen er onvermijdelijk leidinggevende koppen'. Soms gebeurt dat met een gouden handdruk of andere smoezen. Maar dat is `bullshit natuurlijk'. `Verpakt in een fluwelen handschoen wordt er wel afgerekend met ijzeren vuist'.

Dit gestaalde individualisme roept de vraag op of en welk idee over de staat er schuil gaat in De puinhopen van acht jaar paars. Het antwoord is niet eenvoudig. In een indrukwekkend essay over het eerdere oeuvre van Fortuyn deze maand in De Groene Amsterdammer heeft historisch socioloog Erik van Ree hem getypeerd als een `bonapartist' die de staat op twee volstrekt verschillende sporen wil inzetten. Enerzijds moet de staat de vrijheid der gemoderniseerde liberale mens, kortom de creatieve ondernemer in ons, garanderen en korte metten maken met de neiging tot collectieve vereniging waarin het individu wordt gesmoord. Anderzijds dient de staat de vaderlandse identiteit en de volksgemeenschap met normatieve middelen op te leggen, omdat nationaal belang boven internationaal recht gaat.

Stammenmens

In De puinhopen klinkt deze dubbele boodschap wederom door. Voor de nieuwe vrije burger is de Verlichting van toepassing, voor de oude familie- of stammenmens geldt de Romantiek. Dus geen Joegoslavië-tribunaal of Internationaal Strafhof in Den Haag. `Net zo min als wij ervan gediend zijn dat in ons deel van de wereld, dat der moderniteit, de een of andere Ali Baba komt vertellen hoe wij hier moeten leven en het moeten doen, zijn die landen, met name de islamitische landen, daarvan gediend'. En twijfelaars moeten onwankelbaar vertrouwen in de politieke daad van de `professional' die, anders dan de manager, weet wat het is `boeven te vangen'.

Fortuyn surft zo nadrukkelijk op de branding die door de golven van de globalisering in het afgelopen decennium zijn opgewekt. De mondialisering van ons dagelijks bestaan roept onzekerheid op, zelfs onveiligheid. De weerstand tegen dit proces uit zich van Genua tot Rotterdam in het zoeken naar beschutting in de kleine gemeenschap. Fortuyns aantrekkingskracht is het bewijs van het gelijk van de Engelse filosoof John Gray. In False dawn. Delusions of global capitalism (1998) voorspelde Gray dat de universalistische pretentie van de nieuwe wereldorde zich tegen deze orde zou keren. `Het idee van een werelwijde vrije markt is een post-totalitaire utopie'. Het resultaat zal een `anarchie van soevereine staten, rivaliserend kapitalisme en statenloze zones' zijn, waarin de twintigste eeuwse herverdelende politieke democratie met lege handen staat. Deze naaktheid roept allerlei tegenkrachten op: populistisch, xenofoob, fundamentalistisch of neo-communistisch. Deze bewegingen kunnen hun doelen niet meer bereiken, daarvoor is het te laat. `Maar ze kunnen wel de broze structuren aan stukjes scheuren'.

Het gevolg is een roep om de harde hand. Zo herleven de ideeën van de radicale libertijn Jeremy Bentham (1748-1832). Bentham werkte aan zijn politieke filosofie in vergelijkbaar verwarrende tijden (de industriële revolutie). Ook hij zocht naar termen en middelen om de rechten van oudgedienden te beschermen tegen de aspiraties van nieuwkomers. Eén van zijn meest concrete plannen was het Panopticum, een modelgevangenis waar onzichtbare cipiers te allen tijde oog hielden op de gedetineerden.

Twee eeuwen later vindt dit gedachtengoed een eigentijdse uitweg. Er zijn nog geen begrippen om de ideeën van Fortuyn te vangen. Hij heeft niet voor niets geen nieuwe partij opgericht maar een `beweging' die zich onttrekt aan de klassieke rationaliteit waarmee Nederland tot nu toe vertrouwd was. `De politieke partij heeft afgedaan als instituut voor democratische besluitvorming en meningsvorming'.

Fortuyn plaatst zich zo bewust buiten de traditionele orde. Wat er gebeurt als hij de `puinhopen' van de verloren jaren van paars gaat opruimen, is onbekend. Zijn Nederland zal hoe dan ook geen `malle Pietje' meer zijn. In zijn land verdienen eerlijke `calculerende individualisten' hun eigen geld waarmee ze een eigen eenpersoons ziekenhuiskamer of hun eigen allrisk verzekering voor de Jaguar kunnen financieren. Verderop doemt een bajes op voor `zielepoten' die in deze `echte levendige democratie' ergens een afslag hebben gemist. Het zou wel eens vol kunnen worden met winkelkarretjes en kartonnen dozen in de hal van zijn niet-geprivatiseerde spoorwegstations of op andere overdekte plekken.

Recensies op papier

Boekenbijlage NRC HandelsbladDeze website publiceert elke vrijdag een selectie uit het katern Boeken, dat die dag bij NRC Handelsblad verschijnt. Wilt u alle recensies, interviews, columns en reportages ontvangen, neem dan een zesdaags abonnement of een weekendabonnement op NRC Handelsblad.